Van Friese vrachtvaarders tot populaire recreatieschepen

Een skûtsje (Fries voor schuitje) is een verzamelnaam voor de Friese tjalkachtige beurt- en vrachtschepen die in het begin van de 20e eeuw dienst deden als Fries binnenvaartschip. Vanwege hun geringe diepgang waren ze uitermate geschikt op de ondiepe Friese sloten en meren. Skûtsjes werden bevaren door schippersfamilies die veelal in grote armoede leefden. Kinderen gingen lange tijd niet naar school, maar moesten meehelpen aan boord. De vracht die vervoerd werd varieerde van stront tot groenten.


 

 











De Nynke (toen nog Twee Gebroeders) als vrachtschip voor de wal in Burgum. Foto van de heer Boskema.

De eerste skûtsjes waren van hout, hierna ging men over op ijzer (onze Twee Gebroeders is hier nog een voorbeeld van) en later op staal. Er waren verschillende werven in Friesland, maar er is nog nooit eenzelfde schip van de helling afgekomen. De schepen (lees: men vroeg dus niet om een "skûtsjes) werden gebouwd op basis van de wensen van de schipper. Deze redeneerde vanuit een praktisch oogpunt: waar was het schip voor nodig, waar werd er gevaren en welke eigenschappen waren hierbij handig?
 

Einde van de zeilende binnenvaart

Met de introductie van het gemotoriseerde vrachtvervoer verloren de zeilende skûtsjes hun functie als binnenvaartschip. Een groot aantal schepen ging verloren of werd gebruikt als casco voor een woonboot. Maar zeilliefhebbers in Friesland deden er veel aan om de schepen (weer) zeilend te maken. Daarom komt u vandaag de dag in Friesland nog vele skûtsjes tegen en worden ze zowel recreatief als wedstrijdmatig gebruikt.


De Mattenschippersrace met o.a. onze Elisabeth. Aan deze wedstrijd doen ook allerlei verschillende platbodems mee.

Wedstrijdzeilen met skûtsjes

Het wedstrijdzeilen met skûtsjes is ontstaan in de tijd dat er schaarste in de binnenvaart was. Er werden dan wedstrijden uitgeschreven waar allerlei soorten beurt- en vrachtschepen aan mee konden doen. Inboedel, inclusief vrouw en kinderen werden letterlijk aan de kant gezet zodat de schippers met een lege (en dus lichtere) schip de wedstrijd konden varen. Uiteindelijk bleken de kleine tjalkjes de snelste wedstrijdzeilers te zijn en vond er eigenlijk een natuurlijke selectie plaats waarbij de schepen die we nu kennen als skûtsjes (verzamelnaam voor de tjalkachtige scheepjes) overbleven.

Elke zomer tijdens de bouwvak is Friesland in de ban van het skûtsjesilen. De eerste twee weken met de wedstrijden van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS). In deze competitie speelt traditie en oorsprong een grote rol. 14 vaste schepen en Friese schippers die uit echte binnenvaartgeslachten moeten komen. Een hobby waar de hele familie bij betrokken is en waar serieus het hele jaar getraind wordt, met de beste materialen en de beste zeilers. De IFKS is in 1980 opgericht heeft als doel een open orgaan te zijn waarbij de binnenvaarttraditie niet centraal hoeft te staan. Hier strijden 4 klassen een week lang om de felbegeerde kampioenstitel.


skutsje Nynke De Nynke tijdens de slotwedstrijd op Lemmer 2006. Voor de bemanning van een wedstrijdskûtsje is het zeilen pure sport. Er wordt veel getraind, geinvesteerd in goede materialen en sponsoren gezocht voor de hoge kosten die wedstrijdzeilen met zich mee brengt. Een goed geoliede bemanning kan als voorbeeld dienen voor teams en afdelingen in het bedrijfsleven.